Onze honden

klik op de foto's voor info
Team Tjitse
James
James
Llanfarian Bet
Llanfarian Bet
Snow
Snow
Team Ellen
Saren
Saren
Kanly
Kanly

Interview 2003

Sinds 15 jaar fok ik mijn eigen Border Collies

Interview met Tjitse Terpstra

Auteur & copyright Ben Stegman!

Met enige regelmaat zullen in het Border Collie Nieuws interviews verschijnen met handlers uit de (sub)top van het Nederlandse schapendrijven. In de interviews komen steeds dezelfde onderwerpen aan de orde, enerzijds om de handlers te portretteren, anderzijds om hem of haar duidelijke uitspraken te ontlokken over zaken die ons allen bezighouden. De eerste geïnterviewde is Tjitse Terpstra, die al vijftien jaar topprestaties levert op Nederlandse en Europese Kampioenschappen.

GEPEND: TJITSE TERPSTRA

Het is niet voor het eerst, dat ik Tjitse Terpstra een bezoek breng. Toch is het even wennen. Tot voor een paar maanden bereidde het Drentse landschap je voor op een ontmoeting met de man die daar als vanzelfsprekend thuishoorde, één met natuur, schapen en honden. Nu lijkt hij zich verstopt te hebben achter kilometers asfalt en onder te gaan in het voortdurende rumoer van de randstad. De verklaring voor deze ingrijpende verandering is eenvoudig: zelfs een nuchtere Fries als Tjitse volgt nu eenmaal zijn grote liefde. Dat zijn vertrek naar het westen indruk maakte in Drenthe, werd duidelijk uit de verschillende artikelen die daarover verschenen in de regionale kranten. Bezorgd veronderstelde menigeen dat het nu wel wat minder zou worden met het schapendrijven. Niets is echter minder waar. Alle honden zijn mee verhuisd en inmiddels is in de nabije omgeving een paar hectare land gevonden waar men vergeten heeft huizen te bouwen en straten aan te leggen. Daar loopt nu een koppel Schoonebekers en traint Tjitse zijn honden en die van anderen. Daar deelt hij nu ook zijn kennis en jarenlange ervaring met een groeiend aantal cursisten.

Paspoort

Tjitse Terpstra, 46 jaar
Samenwonend met Ellen
Dochters José (21) en Wietske (19) wonen al zelfstandig en zijn achtergebleven in Drenthe.
Zoon Roy (15) is meegegaan met vader (moeders in Heemstede, houdt uw dochters binnen).
Ongeveer tegelijk met het verschijnen van dit interview hoopt Ellen te bevallen van een kleine Terpstra.

Belangrijkste wedstrijdresultaten: tweemaal Europees Kampioen (met Boy in ’92 en met Dan in ’99), tweemaal tweede en tweemaal derde op het EK. Nederlands Kampioen met Sita in ’87, met Boy in ’92 en met Ben in 2002.

Website: www.border-collie.nl 

Portret

Ruim twintig jaar geleden werkte Tjitse op een boerenbedrijf in Friesland met drieduizend schapen. Daar maakte hij kennis met de Border Collie als werkende hond. De melker die op het bedrijf kwam, had een Border Collie die hij gebruikte om de koeien op te halen. Toen zijn Doberman Pincher overleed, besloot Tjitse een Border aan te schaffen. Via de melker kwam hij bij Paul Andreoli terecht, van wie hij in 1982 zijn eerste Border Collie kocht. Dat was Sita. Destijds kon je overigens alleen een pup kopen bij Paul, als je er mee ging werken. Dat was dan ook precies de bedoeling, want je krijgt er gauw genoeg van om steeds met man en macht achter al die schapen aan te hollen. Pas in 1987 is Tjitse aan wedstrijden gaan deelnemen.

Tjitse Terpstra

Hoe heb je je de kunst eigen gemaakt?

“In 1986 was ik een keer in Boerakker waar Paul toen woonde. Daar was toen een trainingswedstrijdje en ik dacht: daar kan ik ook wel aan meedoen. Alleen had ik de hond niet op commando’s, alleen maar op handgebaren en ‘kom hier’ en ‘haal die schapen op’. Het regende en het stormde, maar het ging allemaal best. Toen zeiden die jongens tegen me dat ik de hond op Nederlandse commando’s moest zetten en dat ik volgend jaar eens aan een wedstrijd mee moest doen. Dat heb ik toen gedaan. Gewoon op mijn eigen manier. Op m’n eerste wedstrijd bij Jan Boudeling in Zeeland werd ik zevende en kreeg ik de aanmoedigingsprijs. In mei ’87 werd ik in m’n tweede wedstrijd gelijk Nederlands kampioen.”

Ben je je nog gaan verdiepen in andere trainingsmethoden?

“Nee, ik deed alles op mijn manier. De laatste jaren pak je wel eens wat anders op. Dan denk ik: oh, doet die dat zo en dat probeer ik dat ook eens. Ik trainde in het begin in Friesland ook altijd alleen. Soms kwam Johan de Jonge eens een keertje bij me. Later in Drenthe kwamen Ron Rogaar, Roelof Wichers, Annelies Nieukerken, Rennie Westerink en Jannie Rozenboom wel bij me om te trainen.”

Zijn er onderdelen in de training uit de eerste jaren die je nog steeds toepast?

“In het begin had ik er geen kaas van gegeten. Ik gebruikte geen commando’s. Mijn eerst hond zette ik met zeven maanden tussen de schapen en ze moest zich er maar mee redden. Ik liet heel veel aan het eigen initiatief van de hond over, als ze de schapen maar bracht. Dan heb je het over het echte boerenwerk met grote kuddes, de schapen bij elkaar en zo snel mogelijk naar huis toe. Nu begin je al heel snel met commando’s en een klein koppeltje schapen te werken aan de precisie.”

Heb je, als je nu terugkijkt, beginnersfouten gemaakt?

“Eigenlijk niet, geen echte fouten. Met mijn eerste twee honden ben ik in de top van Nederland gekomen. Ik heb wel veel verbeterd, het niveau is nu ook veel hoger.”

Wat is jouw stijl van handlen?

“Ik fluit heel veel en snel achter elkaar om de honden heel precies te sturen. Het past ook bij me. Tijdens de training geef ik misschien wat minder commando’s dan tijdens een wedstrijd. Dat ligt ook aan de spanning bij jezelf. Als ik bijvoorbeeld ‘links, stop en loop’ achter elkaar fluit, gaat dat zo snel dat de hond niet eens de tijd krijgt om te gaan liggen, maar hij is wel precies op het goede punt.”

De honden

Als dit onderwerp aan de orde komt gaat Tjitse er eens goed voor zitten. Die indruk wekt hij tenminste. De werkelijkheid is ontnuchterend. Het schuiven in de stoel, de grimas op het gezicht, de opgewonden gebarende handen zijn bedoeld om te ontkomen aan de oorverdovende stank die opstijgt van een plek, net naast zijn voeten. Daar ligt King zijn, ongetwijfeld copieuze, maaltijd te verteren. De tastbare gevolgen van dat verteringsproces worden keurig buiten gedeponeerd, via het kattenluikje (een risicovolle onderneming voor een reu). De vluchtige producten worden schaamteloos binnen losgelaten. King is de jonge hond, de oogappel van de baas en natuurlijk de toekomstige kampioen. King is een prachtige jonge, zelf gefokte hond. Hij lijkt veel op zijn vader, Tjitse’s tophond Ben. Moeder is Era van Tjitse’s Sil (Glaswyn Will) en Bwlch Ceri (fokker H.G. Jones). Met Era heeft Tjitse op hoog niveau wedstrijden gelopen. De belangrijkste fokteef van de afgelopen jaren was Megan, die nu van een welverdiend pensioen geniet bij een hulpherder in Drenthe. Megan heeft Tjitse jarenlang trouw gediend bij de kudde op het Hijkerveld en heeft voor een aantal prachtige en prima werkende nakomelingen gezorgd. Eén daarvan was Dan, de reu waarmee Tjitse Europees Kampioen werd. Het fokken en het presteren op wedstrijden zijn bij Tjitse met elkaar verbonden. Hij probeert zoveel mogelijk met zelf gefokte honden de top te bereiken. Soms maakt hij daartoe gebruik van zijn recht op eerste keus uit een dekking van één van zijn reuen. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij Era en Jodie, zijn jongste teef. De enige honden die volwassen worden aangekocht, zijn reuen die voor vers bloed in de lijnen moeten zorgen. Voorbeeld daarvan is Ben, die geïmporteerd is uit Wales (fokker is Morgan). De hond die dit jaar gebracht gaat worden in de kwalificatieklasse is Djeff, een andere zoon van Megan (de vader is Flint van Caroline Visser). Daarnaast gaat in maart Jodie in training. Jodie is een één jaar oude teef, die gefokt is door Annelies Nieukerken uit haar Maiden en Sil van Tjitse zelf. Maiden is een volle zus van Dan. Het plan is om met Jodie dit seizoen te starten in de promotieklasse.

Naar welke eigenschap of kwaliteit ben je opzoek in een hond?

“Voor de wedstrijden moet een hond rustig blijven en z’n kop gebruiken.”

Wat wil je echt niet zien in een hond?

“Dat ze constant maar op de schapen kleunen en dat ze ontiegelijk hard naar links en naar rechts gaan. Ik heb er een hekel aan als een hond niet rustig achter de schapen kan lopen, een hond moet zich kunnen aanpassen aan de schapen.”

Wat vind je van de kwaliteit van de Border Collie in Nederland?

“De kwaliteit in Nederland is heel goed. Natuurlijk zie ik wel eens honden die geen belangstelling hebben voor de schapen, maar dan denk ik ‘hoe krijg je die aanleg eruit’, want elke jonge hond die ik heb, wil werken bij de schapen. Er zijn hier wel genoeg goede honden te koop, maar als ik een reu moet kopen, kijk ik meestal in het buitenland. Toen ik Ben kocht, was hij tien maanden en deed hij nog weinig en dan wil ik toch zien hoe de ouders werken. En ik let erop dat de lijnen passen bij mijn eigen honden. Maar je moet vooral voor een hond vallen.

Als je het vergelijkt met bijvoorbeeld Engeland, hebben wij hier wat hardere honden. Misschien komt dat wel omdat ze in Engeland voor de wedstrijden niet een harde hond kunnen gebruiken omdat je daar van die snelle schapen hebt. In Nederland heb je, bijvoorbeeld voor Texelaars, wat hardere honden nodig. De kwaliteit is zeker niet minder. In Engeland heb je goeie maar ook slechte honden. Maar wat is slecht? Wat voor mij slecht is, hoeft nog niet slecht te zijn voor een ander.”

Wat was je beste hond?

“Voor het groffe boerenwerk was dat ouwe Sita. Die kon je ergens heen sturen en die redde zich met het spul. Als je die over een veld van veertig hectare stuurde en er lag een schaap op de rug in een greppeltje, dan ging ze erbij liggen; moest ik naar haar toe om te zeggen dat het goed was en dan ging ze weer verder. Als er één in de sloot lag (die waren wel tien, twaalf meter breed), liet ik haar er met een touw om de hals omheen zwemmen, zodat ik het schaap weer op de kant kon trekken.

Voor de wedstrijden is Ben echt een hele goeie. Ik denk beter dan Dan, die bleef soms teveel aan één kant plakken. Ben is nog zo jong, nog maar drie. Hij is vorig seizoen in de kwalificatie in vier wedstrijden gestart en drie keer eerste geworden en een keer tweede. Hij is altijd zo rustig, je kan relaxed met die hond wezen. Hij heeft zo’n gevoel voor de schapen.”

De wedstrijd

Hoewel Tjitse al meer dan 15 jaar op topniveau wedstrijden loopt, is zijn ambitie onverminderd. De World Trials afgelopen jaar in Bala verliepen voor hem teleurstellend: net uitgeschakeld door een elfde plaats in de eerste ronde. Een resultaat dat overigens niet door iedereen begrepen werd. De run werd ’s avonds als beste van de dag op televisie uitgezonden en ook andere deelnemers konden niet geloven het niet meer dan een elfde plaats opleverde. “Als er nog eens zo’n wedstrijd komt, zou ik die willen winnen. Ik weet dat ik in de top kan meekomen en dan wil je dat in zo’n wedstrijd laten zien.”

Welke wedstrijd staat voor altijd in je geheugen gegrift?

“De beste trial was toch wel in 1999 toen ik Europees Kampioen werd in Duitsland met Dan. Op zo’n groot veld, met schapen die plakten en waar je echt moest drukken en dan 50 punten los van nummer twee en drie. Dat waren toch jongens die al eens Europees Kampioen waren geweest (Serge van der Zweep met Lynn en Mark Morren met Jill). Ik heb het nog op band, een heel fluitconcert om alles in beweging te houden. Dat grote veld met die heuvel en al die mensen, dat was toch wel mijn mooiste wedstrijd. Nat van het zweet van het veld en ook nog gewonnen.”

Aan welke wedstrijden denk je liever niet meer terug?

“Dat zijn de wedstrijden waarvan je denkt ‘die had ik moeten winnen’, maar dat het niet gelukt is. Het is me laatst toch drie keer gebeurd dat ik net buiten de boot viel.”

Wat maakt iemand in jouw ogen een goede handler?

“Je moet goed met je hond en de schapen omgaan, consequent wezen voor je hond en vooral kien zijn. Met ‘kien zijn’ bedoel ik dat je heel goed moet kunnen zien wat de schapen doen en precies moet weten hoe je daar je hond op moet sturen.”

Heb je in de huidige handlerswereld een voorbeeld, iemand die je bewondert?

“In het buitenland vooral Aled Owen. Zijn Rob vind ik niet eens zo’n geweldige hond maar hij is een heel goede handler. In Nederland natuurlijk Serge van der Zweep en ook Ron Rogaar. Ron is wel eens wat druk, waardoor hij zichzelf in de problemen brengt bij het scheiden en het pennen. Wat lijnen lopen betreft is hij één van de beteren. Ron is een goed voorbeeld van ‘kien zijn’.”

Wat is nu het aandeel van de handler en dat van de hond in het winnen van een wedstrijd?

“Een goede handler kan met een niet zo sterke hond wel winnen, als hij maar wil luisteren. Ik heb wel eens met een jonge hond meegedaan, waar ik alleen een af-commando op had. Kwam ik wel bij de eerste drie. Om in de werkelijke top komen en er ook te blijven heb je een goede hond nodig. Ik ben wel eens gered door m’n hond. Aan de andere kant is het me op de Europese Kampioenschappen overkomen dat ik Dan drie keer het verkeerde commando gaf en dat hij bleef zitten. Ik zette met m’n stomme kop door en toen ging hij alsnog. Poortje gemist en ik kon het vergeten. Hij wist gewoon dat het niet klopte; dan heb je een echt goede hond ”

Als ik kijk naar de internationale resultaten van het Nederlands team van de laatste jaren, zie ik toch een dalende tendens. Zakken we inderdaad weg?

“Sinds de Noren en de Zweden erbij gekomen zijn, gaat het met ons wel wat minder. Er zit er altijd wel één Nederlander in de finale, maar dat is te mager. Vroeger waren het er wel vier.”

Hoe komt dat en wat moeten we er aan doen?

“Ik weet het niet; misschien komen bij ons wel de verkeerden in het team. In Nederland hebben we meestal rustige schapen die altijd wel lopen. Je ziet het ook in België. Daar hebben ze ook altijd dezelfde schapen en de goede handlers komen er internationaal ook niet aan te pas. En misschien denken we er wel te licht over. We zouden een paar keer per jaar andere schapen moeten krijgen, hele zware Texelaars of schapen die alleen maar rennen. Het probleem is dat we dan onmiddellijk gezeur krijgen. Dat zag je afgelopen jaar bij het NK, toen de schapen helemaal niet wilden lopen. Maar daar zaten tenminste ook eens anderen in de top, zoals Thijs Gottmer en Henk Schoenmakers, die in de kwalificatie niet bij de eerste acht zaten.”

De vereniging

De één heeft een Border Collie om mee schapen te drijven, de ander om te flyballen of voor behendigheid. Persoonlijk twijfelt Tjitse of alle Border Collies daarvoor wel geschikt zijn. Hun basis is en blijft het schapendrijven. Hij is echter van mening dat het ieders eigen verantwoordelijkheid is wat hij met zijn hond doet, áls hij maar wat doet. Voor al die activiteiten zijn er op het ogenblik binnen de vereniging afdelingen en clubjes. Tjitse ziet het als de voornaamste taak van de vereniging dit alles bij elkaar te houden. In zijn eigen woorden: “als de club z’n handen d’rvan aftrekt, krijg je alleen maar gedonder”.

Er ligt een voorstel voor een nieuw wedstrijdreglement. Wat vind je daarvan?

“Ik hamer er al zes jaar op dat er wat moet gebeuren. Zoals het nu gaat, kan echt niet. Je bent met beesten bezig, dat moet met beleid gebeuren. Nu moeten de schapen wegens tijdgebrek in negen minuten over het veld worden gejakkerd. Je kan nu eenmaal niet honderd honden op een dag laten lopen. Het ziet er nu beter uit voor de kwalificatieklasse. Misschien komen er wedstrijden over een heel weekend. Maar ik ben bang dat we over een tijdje in de promotieklasse weer met hetzelfde probleem zitten. Je zult dus meer promotiewedstrijden moeten organiseren. Je kunt klasse 2 wedstrijden zoals Peeltrial, Hanzetrial enzovoort ook als promotiewedstrijd beschouwen, mits ze aan de voorwaarden voldoen: voldoende schapen, gekwalificeerde jury, juiste afstanden. Klasse 1 wedstrijden moet je als commissie niet meer organiseren, dat wordt veel te veel.

Ik zie het er trouwens wel van komen dat we over vijf tot tien jaar in twee regio’s beginnen. En dan een Nederlands kampioenschap over drie dagen waaraan de beste vijftien van elke regio deelnemen. De beste acht daarvan kunnen dan naar de Europese. Je weet dan ook dat je honden in vorm zijn. Nu komt het voor dat honden in het voorseizoen de punten halen en aan het eind van het seizoen niets meer presteren.”

Hoe denk je over het nieuwe fokbeleid?

“Een reglement is goed maar je moet het niet zo zwaar maken dat mensen zich eraan onttrekken. Ik denk dat het geen goede zaak is dat er buiten de club om gefokt kan worden en dat er nog een papier van de Raad van Beheer wordt afgegeven ook. Daar hoort ook bij, vind ik, dat een Border Collie alleen aan een wedstrijd mee kan doen als hij een stamboom heeft.”

Wat doe jij zelf voor de club?

“Niet veel. Tien, twaalf jaar geleden zat ik in de wedstrijdorganisatie. Daar ben ik mee gestopt. Ook, omdat je wel heel veel alleen moest doen. Als iedereen ‘s avonds naar huis was, stond ik in m’n eentje af te breken. Daar had ik geen zin meer in. Nu neem ik nog af en toe gedragtesten af en ik jureer soms. Ik heb al eens gevraagd of ik niet samen met Loek Geerlings startlicenties zou kunnen afnemen, maar daar heb ik nooit meer wat van gehoord. Ik zou wel wat willen doen, maar dan moeten ze wel bij me komen en het moet me liggen. Ik ben niet overal geschikt voor, in het bestuur ga ik bijvoorbeeld niet zitten.”

Zou je hier op je trainingsveld een wedstrijd kunnen organiseren?

“Het veld is geschikt voor promotiewedstrijden, maar ik heb de schapen niet. In Hijken kon dat wel. Daar organiseerden we elke drie jaar het Nederlands Kampioenschap. Daar kwam altijd heel veel bij kijken. De stichting (het Drentse Landschap) wil altijd alles op papier hebben. Dat moet piekfijn in orde zijn. De club schoot daarin wel eens wat te kort vond ik. Dit jaar is Hijken weer aan de beurt. Daar zal de commissie wel achteraan moeten. Anders loop je het risico dat je die locatie kwijt bent. Daar wil ik ze wel bij helpen. Ik heb daar nog veel contacten; ik ben er immers niet met ruzie weggegaan.”

De Meester vertelt

Tjitse is bij uitstek iemand die gevoel heeft voor dieren, die weet hoe schapen zich gedragen. Hij is immers tussen de schapen opgegroeid. Veel mensen hebben volgens hem wel gevoel voor honden maar niet voor schapen en komen daardoor altijd net iets tekort.

Kun je dat ‘gevoel voor schapen’ leren?

“Je zou het kunnen leren door heel veel met schapen om te gaan. Veel mensen trainen een of twee keer in de week en kijken dan alleen maar naar hun hond, terwijl het de combinatie mens – hond – schapen moet zijn. Ik zeg wel eens: drijf nou zelf eens een koppeltje schapen het veld over, zonder hond. Dan leer je hoe je precies op het juiste punt moet staan om de schapen de goede kant op te krijgen. En probeer het verschil eens te zien tussen het gedrag van schapen die je snel drijft en die je langzamer laat lopen.”

Wat wil je nog kwijt?

“Als je een Border Collie hebt, móet je er wat mee doen. Je moet ze niet altijd vrij laten want dan gaan ze zoeken en worden ze vervelend. Als je ze afwisselend traint en rust geeft (bij mij krijgen ze rust in de kennel), blijven ze graag voor je werken en blijf jij de baas. Een Border Collie moet jou wel als roedelbaas zien.”

De lezers die denken dat Tjitse een man van weinig woorden is, moeten hun mening na dit interview maar snel herzien. Als het maar over dieren, en in het bijzonder over schapen en Border Collies, gaat, is hij nauwelijks meer te stoppen. Ik moest aan dit interview wel een eind maken. Ik wilde niet de kans missen nog even een training mee te maken. Op het nieuw verworven trainingsveld liet Tjitse zijn Djeff merken dat de baas niet snel tevreden is. Waar menig handler al blij zou zijn met hetgeen de hond liet zien, vond Tjitse dat er nog wat puntjes op de ”i” gezet moesten worden. Dát bedoelde hij dus met “consequent wezen voor je hond”.

Jelle met Continental